Tenniskids lesmethode

Vanaf 2009 krijgen de kinderen bij btv De Geeren tennisles volgens de principes van de Tenniskids. Tenniskids is een programma van de KNLTB waarbij de baanlengte, racketlengte en soort ballen is aangepast aan de tennisvaardigheden van de kinderen. Er zijn drie fasen: rood, oranje en groen. Elke fase heeft zijn eigen bal en baanlengte. Op deze manier maken kinderen op een leuke, speelse manier kennis met tennis.

Voor kinderen tot en met 6 jaar is er een speciaal contributietarief, namelijk € 25 per jaar (exclusief eenmalig € 12,50 entreegeld).

Rood

​Gemiddeld zijn kinderen in fase Rood tussen de vijf en acht jaar oud. Aangezien Rood de eerste fase van minitennis is, beschikken kinderen nog over weinig vaardigheden.

Vanaf vier jaar kunnen kinderen instromen in fase Rood. Spelers kunnen:
– meedoen zonder ouders.
– simpele instructies begrijpen en uitvoeren.
– goed genoeg bewegen en balanceren om de veiligheid te garanderen.

In deze eerste fase maken kinderen kennis met het tennisspel. Zij starten met het ontwikkelen van basisvaardigheden zoals bewegen en coördinatie, nemen deel aan veel leuke activiteiten en spelen kleine wedstrijden. Een jonge speler is in staat vanuit Rood door te gaan naar Oranje als ze de onderstaande vaardigheden beheersen (gemiddeld genomen is dit als kinderen 7/8 jaar oud zijn, afhankelijk van startmoment en vaardigheid):

Fysiek

– Bewegen in verschillende richtingen en kunnen veranderen van richting.
– In balans blijven tijdens het lopen, stoppen, springen en landen.
– Gooien in verschillende richtingen.
– Bewegen vooruit, achteruit en zijwaarts met het doel de aankomende bal te vangen nadat die één keer heeft gestuiterd.

Spelen

– Een rally spelen met de trainer of een andere speler. Uiteraard uitgevoerd met een rode bal op een 12 meter baan (of een soortgelijke baan).
– De bal zowel met de forehand als de backhand kunnen slaan. De beweging wordt van laag naar hoog uitgevoerd.
– Een basis uitgangspositie beheersen.
– Een basis bovenhandse service (in één soepel beweging) in het juiste servicevak slaan.
– Begrip over hoe punten worden gewonnen en verloren.
– Wedstrijdervaring in toernooivorm.

speelveld rood

Oranje

In de tweede fase wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van de basisvaardigheden. Kinderen leren nieuwe slagen en technieken, die hen voorbereiden op het spelen op een grote baan. De wedstrijden worden steeds langer. Spelers gaan naar de Groene fase als zij onderstaande vaardigheden in Oranje beheersen (meestal bij 8/9 jaar oud, afhankelijk van hun vaardigheid en startleeftijd).

Spelen

– Een cross court- en langs de lijn rally van meer dan 6 slagen spelen vanaf de 18 meterlijn, waarbij de bal steeds goed op het racket komt.
– De richting en hoogte van de bal tijdens de rally kunnen veranderen met als doel de tegenstander te laten bewegen.
– Een basis forehand slagvoorbereiding laten zien met een eenvoudige heup- en schouderrotatie en door gebruik te maken van de andere arm tijdens de draai.
– In één goed gecoördineerde beweging serveren, waarbij beide armen tegelijk bewegen. Tijdens de beweging moet de speler goed in balans kunnen blijven.
– De speler begrijpt wanneer hij/zij moet oplopen naar het net (approach). Dus na een korte bal of wanneer hij/zij een volley toegespeeld krijgt.
– Speler laat zien dat hij/zij de hele baan kan afdekken door steeds de juiste uitgangspositie in te nemen.

Daarnaast wordt van de spelers verwacht dat zij:
– gecoördineerd kunnen rennen, waarbij arm- en beenactie tegengesteld tegen elkaar gebruikt worden.
– verschillende vormen van voetenwerk beheersen, waarbij gebruik wordt gemaakt van ladders, pylonen, etc. Een variatie in paslengtes.

Groen

Dé voorbereiding op het 'hele baan' tennis. Kinderen in deze leeftijd zijn groter en sterker en dus in staat de hele baan te bestrijken. Techniek en tactiek worden verder ontwikkeld, evenals atletische vaardigheid. Wedstrijden worden wederom langer en competitietennis speelt een belangrijke rol. Tenniskids zijn klaar voor de gele ballen als ze onderstaande vaardigheden beheersen:

– De eerste en tweede service is een goed gecoördineerde beweging. De opgooi en het raakpunt zijn optimaal. En drie van de vijf tweede services worden in geslagen.
– Service returns worden zowel crosscourt als rechtdoor langs de lijn geslagen. Zes van de tien returns worden in het veld gespeeld.
– Tenniskids kunnen een rally van vijftig spelen met maximaal vijf ballen. De gespeelde forehands en backhands worden vanuit verschillende posities in het veld technisch goed uitgevoerd en ook het raakpunt is goed gekozen.
– Baselinerally met trainer of partner, waarbij telkens twee forehands crosscourt en één rechtdoor. De speler kiest na elke slag een juiste uitgangspositie en plaatst zes van de tien ballen op de aangewezen plek. Dezelfde rally speelt de tenniskid ook met de backhand.
– Aanval-rally-verdedigingsspel met partner of coach. De speler roept wat hij/zij denkt te moeten doen met elke bal (afhankelijk van de snelheid en lengte van de bal) en past de gekozen tactiek aan. De speler roept wat hij/zij denkt te moeten doen met elke bal en past de gekozen tactiek toe.
– In een rally slaat de tenniskid op het juiste moment een approach shot, rent door naar het net, maakt een split step en volleert. De volleys zijn gecontroleerd, het raakpunt klopt en 6 van de 10 volleys zijn in.

Meestal zijn de tenniskids 10 tot 11 jaar oud wanneer zij van de fase Groen doorstromen naar het 'echte' tennisspel. Doorstroming is afhankelijk van individuele vaardigheden, hun fysiek en de leeftijd waarop ze zijn begonnen. Het is belangrijk dat tenniskids op het juiste moment overgaan tot het échte' tennis.